Oude voorwerpen

 
Kogels
 
 
Jaar: vermoedelijk rond 1900 Land en/of fabrikant: niet bekend Foto: A.C. Kijl, Vledder
 
De kogels zijn gevonden op het terrein van de voormalige schietbaan welke gelegen was aan de weg van Frederiksoord naar Vledder. De kogels zijn gevonden met behulp van een metaaldetector. De gevonden munitie is waarschijnlijk van het Minié-type met een kaliber (diameter) van ongeveer 17 mm. Zie voor een beschrijving hieronder.
 
De Miniékogel.
De Franse kapitein Minié maakte achter in de al bestaande puntkogel een zeer diepe uitholling, zodat de achterwand vrij dun werd. De grote druk van het buskruitgas zou dan deze wand in de getrokken loop moeten drukken wat de trefzekerheid zou moeten bevorderen. Immers: de kogel ‘slingerde’ niet meer door de loop, zoals bij een gladde loop het geval is. De kogel moest uitzetten, expanderen, vandaar de naam expansiekogel. De eerste proeven mislukten totaal: de dunne achterwand werd finaal in stukken gescheurd. Bij de volgende proeven was de uitholling wat minder diep en bovendien zorgde een stalen steundopje voor meer stevigheid. Met deze nieuwe kogel verliepen de proeven bevredigend en de Miniékogel is in vele landen, waaronder Nederland, in gebruik geweest.
 
 
Schoudervuurwapens van het Nederlandse leger.
In 1841 werden alle vuurwapens — behalve de walbussen — met vuursteenslot omgebouwd tot percussiewapens. De infanterie beschikte nu over twee modellen met een kal. van 17,5 mm, namelijk het slaggeweer No. 2 kort (looplengte 108 cm) en dito lang (looplengte. 111 cm). De smeedijzeren, niet getrokken loop is rond en loopt kegelvormig uit naar de staartschroef, waar de kamer aan de bovenkant vijf afgeplatte kanten vertoont. Het slot is onmiddellijk te herkennen aan de messing valse pan, een overgebleven deel van het oude vuursteenslot. De notenhouten -voor latere modellen werd ook wel beukenhout gebruikt- kolf heeft een vlakke, ijzeren kolfplaat en een 'wang' aan de linkerkant. Het beslag is van ijzer, terwijl de banden door middel van veren aan de lade verbonden zijn.
 
 
In 1848 werd een nieuw model geweer aangemaakt, het slaggeweer No. 1. De lengte van de ronde, smeedijzeren loop, voorzien van 4 trekken met een breedte van 6,9 mm is 105 cm. De kolfplaat is van onderen naar boven licht uitgehold, de kolf heeft géén wang. Tenslotte zij vermeld, dat de totale geweerlengte 146 cm bedroeg bij een gewicht van 4,56 kg. De bijbehorende sokkelbajonet had een lengte van 52 cm, met een klinglengte van 45,5 cm. Mineurs en sappeurs kregen vrijwel identieke wapens uitgereikt, alleen was de looplengte 76 cm; ook jongens beneden de 18 jaar die in opleiding waren, schoten met dit type.
 
 
Sapeur percussiegeweer M1815, kaliber 17.5, ronde loop.
Met een soortgelijk wapen werd op de voormalige schietbaan, gelegen tussen Frederiksoord en Vledder geschoten.
Bron: J.Lenselink,Vuurwapens van 1840 tot heden, 1975.
 
 
 

Heeft U aanvullende informatie over dit voorwerp mail dan a.u.b. naar webmaster@fledderkerspel.nl bij voorbaat dank voor uw moeite.

Door het sluiten van de pagina keert U terug naar het oorspronkelijke scherm

*** Foto nummer: 2566-2567-2568-2569 (vbnb)