Dikke Verhalen
 
22 februari 2009, thema: de Co÷peratie
 
Voorzitter Sander ter Haar kon 105 belangstellenden in de Tippe welkom heten. Een bijzonder welkom was er voor Hannes van der Helm die op deze dag 80 jaar werd. Hij liet zich dan ook graag toezingen door de volle zaal. Toen kon Kasper Bovenkamp een stukje film van zo'n 60 jaar geleden laten zien waar de "oude garde"van nu nog als jongen of meisje meehielpen op het land of met de melkbussen aan de fiets op weg gingen om de koeien te melken. Voor alle aanwezigen duurde de film veel te kort.

Daarna werd het tijd voor het echte programma.

Bij de voorbereidingen door Sander en de stamtafelgasten, Jan Bethlehem en Jacobus Dolsma, bleek al snel dat er in Vledder zelf maar 1 echte co÷peratie bestaan heeft, nl. de Raiffeissenbank. Opgericht in 1905.

Die eerste Bank werd bemand door de kassier, genaamd; Meneer Jannes Barelds en hij hield kantoor in zijn eigen huis aan de Dorpsstraat, (het witte huis naast de Chinees).

Het verhaal gaat dat Barelds soms ook wel zijn eigen geld uitleende en dan was de rente uiteraard ook voor hem.

Zijn opvolger was dhr. Roelof Wuite die woonde ook aan de dorpsstraat maar dan naast wat nu cafetaria Bartje is. Ook hij had kantoor aan huis. Daarna werd er een nieuw kantoor met woonhuis gebouwd dat tegenwoordig door Annie Koopman als drogist in gebruik is. Uiteindelijk werd dit te klein en werd er gebouwd op de grond waar eerder de boerderij van Tjibbe van de Burg en later Jan Have stond. Aan de Dorpsstraat/Kerkepad dus.

Als je vroeger geld wilde lenen van de bank moest je wel voor 2 "borgen" zorgen. Dat waren meestal goedwillende familieleden, die er natuurlijk van uit gingen dat de zaken goed bleven gaan.

In de pauze konden er weer nostalgische foto's bekeken worden, waar sommigen veel herinneringen aan hadden en er weer sappige verhalen verteld werden. En uiteraard aanvullingen en correcties op de verhalen van voor de pauze.

Het kostte nogal wat moeite om de mensen weer op de stoel te krijgen maar iedereen was toch benieuwd naar het vervolg.

De co÷peratie dankte zijn ontstaan aan het "wantrouwen" van de boeren. Er waren zoveel particuliere melkfabriekjes die allemaal hun eigen melkprijzen hanteerden, zodat niemand meer wist of ze wel genoeg voor hun melk kregen.

De boeren richtten een co÷peratie op waar gekeken werd naar vetgehalte, reinheid enz .Een goede melkprijs was natuurlijk het allerbelangrijkste.

Er ontstonden 2 melkfabrieken, "Ons Belang"in Wapse en de fabriek in Elsloo.

De beide fabrieken probeerden natuurlijk zoveel mogelijk klanten aan zich te binden want hoe meer klanten, hoe meer melk, hoe hoger het salaris van de directeur. De directeur in Wapse verdiende bv. 3500 gulden per jaar en had vrij wonen.

De fabrieken maakten in het begin alleen maar boter en de restproducten werden weer terugverkocht aan de boer. [ondermelk en karnemelk] Vaak was de distributie van veevoer en kunstmest ook gekoppeld aan de melkfabriek zodat aan het eind van de maand het melkgeld minus de afgenomen goederen in een envelopje aan de melkbus zat. En nooit werd er een envelopje gestolen. Alhoewel er een verhaal van een overval op de melkwagen in Eesveen verteld werd door dhr Bisschop uit Eesveen. De overvallers wisten blijkbaar dat het de dag van uitbetaling was en dachten dat de enveloppen in de daarvoor bestemde houten bak zaten. Helaas voor hen, Bisschop verstopte deze altijd in een melkbus.

Als je toch van een soort "co÷peratie" kunt spreken dan waren dat wel de "stieren en berenhouderij"

De stier en beer waren gemeenschappelijk bezit en elk jaar mocht weer een andere boer de beesten in "bezit" hebben.

De boeren  gingen dus met hun "tochtige" koe of "jachtig" varken naar de natuurlijke "spermabank".

Ook de werktuigenvereniging was gemeenschappelijk "bezit". Je kon je inschrijven voor het beheer en zo was de uitlening wel eens bij Jan Winters, Tinus van Rijsten en Levert van Dijk.

Het "Veefonds" was ook een collectief gebeuren. Iedere boer was lid. Bij aankoop van een koe of paard kwamen er 2 taxateurs langs om de beesten te taxeren zodat bij een eventuele "afkeuring" door de veearts eerlijk uitbetaald kon worden.

Dat taxeren gebeurde 2x per jaar en verantwoording werd middels de jaarlijkse "Veefondsvergadering" afgelegd.

De veetransporten werden meestal verzorgd door de firma Mos uit Nijensleek. De beide broers Mos, zonen van de toenmalig transporteur, zaten ook in de zaal en vertelden nog sappige verhalen uit die tijd.

Er viel nog veel meer te vertellen maar om half twee werd een herhaling van de film toch de afsluiting van alweer een gezellige en ook leerzame "dikke verhalen" waar gelukkig toch weer 11 nieuwe nieuwsgierigen de sfeer waren komen proeven.

Toos Posthumus
 
 
 
 
 
 
 

Klik op foto voor grote weergave

 

Door het sluiten van de pagina keert U terug naar het oorspronkelijke scherm

Versie: **