Dikke Verhalen
 
2 maart 2014, thema: "Toen en nu : de kleine Brink"
 
Geheimen van de kleine Brink blootgelegd.

Op 2 maart 2014 was de Tippe weer vol met mensen die alles wilden weten van de belevenissen van Harm Posthumus en Albert Bovenkamp rond de kleine Brink. En dan wel 60 jaar geleden.

Gespreksleider Jaap Schipper liet beide heren vertellen over hun vroegste jeugd en wat zich zoal afspeelde in de toch wel armoedige tijd direct na de oorlog.
De Kerkhoflaan, waar de familie Posthumus woonde, en waar Harm nu ook regelmatig woont, heette vroeger de Molenhoek. Aan het einde van de weg zijn nl molenstenen gevonden.

Over de kleine Brink liepen 2 paadjes die als het ware deboerderij van Posthumus en dewoning van Bovenkamp verbond.
Zo konden de gezworen kameraden snel bij elkaar komen.

De woningen waren vroeger niet zo goed geïsoleerd (natuurlijke ventilatie). Zo bestonden de wanden van de bovenverdieping van huize Bovenkamp uit sinaasappelkistjes, bespannen met jute.

Aan de andere kant van de scheidingswand konden de kinderen van de buren Boers met de Bovenkampjes communiceren. Ze kregen vaak bezoek van spreeuwen en ook ratten zochten vaak de warmte van de bovenverdieping op.

Maar.... gezelligheid vierde de boventoon.Iedereen was welkom bij Bovenkamp en vooral de jeugd “warmde”zich aan de kaartavondjes met doppinda’s.
Het stookhok leek wel het dorpshuis en vooral het bankje voor het stookhok werd rukbevolkt door jong en oud.
Mocht je naar het toilet moeten dan kon het zijn dat die bezet was door de buren. Twee gezinnen deelden samen een toilet.

De familie Boers verkocht groenten en fruit en vader Boers kon hele mooie bloemstukken en graftakken maken. Dat hij in de zomer aardappels en appelbomen spoot (met gif) stond in schril contrast met de verkoop van knakworsten, gehaktballen in jus en Friese koe ijs.

De familie had ook een gevaarlijke hond waar Aaldert Ekkels, buurman van Harm, wel voor zorgde. Op een gegeven moment durfde hij hem geen eten meer te geven en schoof hij de bak voer met een schep naar hem toe.

De familie verhuisde later naar het huis van Schumer waar ze een winkel begonnen. Marinus Keizer heeft deze winkel later overgenomen.

De familie Posthumus, de overgrootouders van Harm, hadden een aannemersbedrijf en waren concurrenten van Harm Dekker en Klaas van Dijk.

De familie was druk met o a lijkkisten maken. Ook moesten er veelvuldig mond en klauwzeerborden gemaakt worden. De boekhouding kende geen BTW en ook geen kredietbeperking.
Het uurloon was 14 cent per uur en dat velen dat niet konden betalen, bleek wel uit het feit dat er in het kasboek van 1893 nog vele posten open stonden die waarschijnlijk nooit betaald zijn.
Op zolder van de boerderij mocht niemand komen, daar lag oud gereedschap en materiaal.
Uiteindelijk werd het bouwbedrijf boerenbedrijf. Men had nog nooit gehoord van UBN nummers in de oren van koeien, schapen en varkens.
Men schreef in het kasboek van varken met krul in de staart, varken met pluim in de staart en bv. oude koe.

Ook Harm en Albert ontkwamen niet aan helpen op het land zoals knollen plukken,aardappels rooien. Daar kregen ze wel voor betaald. 1 of 2 cent. En daar werd dan gelijk zoethout voor gekocht bij Willem Bouwer.

Als de aardappelstomer in het dorp was dan liepen de jongens met een zakje zout in de zak. Er waren geen lekkerder aardappels dan die gestoomden die voor de varkens bestemd waren. Na het stomen moesten ze aangestampt worden. Een heel warm werkje.

De lagere schooltijd was ook een prachtige tijd. Er waren zelfs shooltuintjes die natuurlijk geschoffeld moesten worden. En appels drogen op de kachel in school.

Er woonden uiteraard nog meer mensen rond de kleine Brink,
Zoals de familie Bosma die in het bezit waren van een eigenwijs paard. Als het paard vond dat hij genoeg gedaan had ging hij gewoon naar huis.
De familie Aaldert Ekkels, die minister van turf genoemd werd omdat hij een soort vertegenwoordiger was voor de verkoop van turf.
De familie Frens Thijs. Die als een van de weinigen TV had waar de jeugd wel mochten kijken zoals op woensdagmiddag, kinderprogramma’s
De familie van Dijk die voor veel kinderen in de buurt zorgden.

Een leuke anekdote is misschien nog wel dat er in de tijd voor de 2de wereldoorlog al gedate werd.

De zussen Haveman (moeder van Harm) kregen een briefkaart waarop de volgende mededeling:

                   Twee Heren uit Giethoorn die in Vledder met U hebben kennisgemaakt.
                   Wij verwachten U met de kermis in Steenwijk.
                               Vele groeten.
                
                   Gedateerd op 16 oktober 1932

Hiermee is een klein tipje van de sluier opgelicht van een tijd die we zo graag als ‘goeie ouwe tijd“willen betitelen. Maar....ik denk toch niet heus.

Toos Posthumus
 

Door het sluiten van de pagina keert U terug naar het oorspronkelijke scherm

Versie: **